Waterstof. Het blijft terugkomen. Al jaren wordt erover gesproken, als dé oplossing voor schoon vervoer. En toch… rijden we er massaal op? Nee.
Zeven jaar geleden vroeg ik me al af: rijden we eind 2018 allemaal op waterstof? Spoiler: dat deden we niet. En ook 2019 werd niet het jaar van de doorbraak, ondanks dat veel professionals toen vol overtuiging ‘waterstof’ noemden als de ontwikkeling om in te investeren. Ook daar schreven we over, in onze blog: Het jaar van waterstof?
Maar nu, in 2025, stelt zich de vraag opnieuw: moet je als organisatie serieus rekening houden met waterstof? Het eerlijke antwoord: ja, maar… met nuance.
Waarom waterstof toch weer op de agenda staat
De Nederlandse overheid heeft eind juli 2025 een consultatie geopend over de uitrol van alternatieve brandstoffen, waaronder waterstof. Tot 12 oktober kun je reageren op het conceptvoorstel.
Het doel: investeren in infrastructuur zoals laadstations, waterstoftankstations en walstroomvoorzieningen. Niet alleen voor personenvervoer, maar ook voor logistiek en mobiliteit op Europese schaal.
Dit betekent: waterstof verdwijnt voorlopig niet van het toneel. Niet alleen door nationale plannen, maar vooral door Europese afspraken binnen het AFIR-beleid (Alternative Fuels Infrastructure Regulation). Denk hierbij aan het succes van het snellaadnetwerk voor elektrische auto’s, dat kwam er ook niet vanzelf, maar dankzij afgestemde Europese samenwerking.
Moet je nu al investeren in waterstofauto’s?
Voor de meeste organisaties is het korte antwoord: nee, voorlopig niet. Zeker niet als je wagenpark bestaat uit leasepersonenauto’s.
Zoals Arjos Bot van Arval (en vaste partner in onze podcast Dé Mobiliteitsprofessionals) onlangs aangaf: “We nemen dit jaar waarschijnlijk afscheid van de laatste waterstofauto in onze vloot.” En dat zegt veel.
Ook in jouw organisatie zullen medewerkers waarschijnlijk niet massaal vragen om een waterstofauto. Logisch ook:
- De infrastructuur is beperkt
- Er zijn weinig modellen beschikbaar
- Batterij-elektrisch is op dit moment eenvoudiger, betaalbaarder én effectiever
Wanneer komt waterstof dan wel in beeld?
Waterstof wordt vooral gezien als kansrijk voor zwaar transport over lange afstanden. Denk aan vrachtvervoer langs Europese hoofdroutes, zoals de A1, A4 of A15, het zogeheten Trans-Europese Transportnetwerk (TEN-T).
Daar biedt waterstof voordelen:
- Sneller tanken dan opladen
- Lichter systeem dan batterij-elektrisch vervoer
- Grotere actieradius – handig voor internationaal transport
In die context wegen de nadelen (zoals lagere efficiëntie en complexe veiligheidsregels) minder zwaar. De uitrol van waterstoftankstations zal dan ook vooral gericht zijn op deze transportcorridors, van het Ruhrgebied tot Milaan of Rome.
Als je actief bent in deze sector, is het slim om nu al:
- In gesprek te gaan met je leveranciers
- Te onderzoeken waar potentiële waterstoftankstations komen
- Te verkennen of je deel kunt nemen aan een consortium of pilot
Hoe bereid ik mijn organisatie voor?
Heb je een personenwagenpark?
Ga rustig door met batterij-elektrisch. De overstap naar waterstof is voorlopig niet nodig. Houd de ontwikkelingen wél in de gaten, bijvoorbeeld via je leasemaatschappij.
Heb je een zwaar wagenpark en rijd je internationaal?
Ga in gesprek met leveranciers en partners. Samenwerking is cruciaal bij de uitrol van tankstations. Jouw vloot kan het verschil maken in waar infrastructuur wél of niet komt.
Is waterstof de juiste keuze voor mijn organisatie?
Misschien. Misschien (nog) niet. Dat hangt af van je routes, type voertuigen, strategie en ambities.
Wil je hier eens over sparren?
Stuur me een bericht, dan plannen we een gesprek in.
Deze blog is geschreven door Elske van de Fliert. Elske informeert met haar blogs de lezers en geeft tips over hoe ze groener, schoner, slimmer kunnen rijden en reizen. Zo maakt ze het makkelijker.


