Auteur: Elske van de Fliert
CO2 reductie, directie, management

Jij bent verantwoordelijk voor het MVO beleid. Of zit misschien in een werkgroep die hiermee aan de slag is. Maar dan komt het moment: jullie hebben allemaal mooie ideeën bedacht, nu nog de directie mee zien te krijgen. En ondanks dat er vanuit de directie kaders gesteld zijn en lijnen uitgezet, twijfel je, of twijfelen jullie of ze wel blij worden van de ideeën waar jullie mee komen. Niet in de laatste plaats omdat dit inhoudt dat ook zij zich toch echt wat zullen moeten aanpassen. Je durft het haast niet eens uit te spreken. Zal er draagvlak zijn voor jullie ideeën? Je weet dat ze wel zeggen duurzaamheid heel belangrijk te vinden, maar je weet ook de directeur aan te wijzen die op drie kilometer van het werk woont en standaard met een dikke auto voor kom rijden. En het liefst zo dicht mogelijk bij de ingang parkeert… Kortom, je hebt er een hard hoofd in. En dat terwijl de ideeën echt goed zijn en aansluiten bij de beleidsnotitie duurzaamheid die toch niet zo lang geleden is opgesteld.

 

CO2 reductie, directie, managementHoe kaart je dit dan aan? Hoe ga je ze vertellen dat er impopulaire maatregelen zijn die genomen moeten worden. Die ook nog eens helemaal niet in hun eigen belang zijn? Je kunt het gewoon ronduit zeggen: wij hebben met de werkgroep een aantal ideeën bedacht en daar willen we graag jullie reactie op. Helemaal niks mis mee in de zin van: ik vind het heel goed om direct te zijn en open kaart te spelen. Maar als je mensen mee wilt krijgen, is het eerste onderdeel van je verhaal: waarom? (Kijk hier voor hoe je die waarom ontwikkelt.) Waarom sta je daar, waarom kom je iets vertellen over groener, schoner en/of slimmer rijden, waarom is dat ook al weer belangrijk, waarom past dat bij de visie van het bedrijf, waarom moet er nu in deze bijeenkomst aandacht aan worden besteed en waarom zijn jullie daar in de afgelopen tijd ook al weer met een groep voor bij elkaar gekomen. Ook als je denkt dat ze het allemaal weten, is het goed om het te herhalen en bevestigd te krijgen. En neem dan ook gelijk even de doelstelling mee die ofwel jullie als werkgroep hebben meegekregen, ofwel het bedrijf op duurzaamheid heeft gesteld.

 

Wat helpt daarbij? Daar is een ezelsbruggetje voor: het zijn de 3 C’s: collega’s, concurrenten en cliënten (of klanten, maar dat onthoud minder makkelijk). Probeer van te voren inzichtelijk te krijgen hoeveel collega’s je ideeën ondersteunen, waarom zij het een goed idee vinden, waarom zij het een belangrijk idee vinden. Het helpt als je kunt zeggen dat het idee dat je gaat presenteren al heel goed gevallen is bij collega’s en je ook al wel eens uit henzelf hier vragen naar hebt gekregen. Lang niet elke directie zal bij elk voorstel zich iets gelegen laten liggen aan de medewerkers (helaas, slechte bedrijfsvoering), maar het is een start om je case te bouwen.

Dan kan je vervolgens aangeven wat je ziet bij concurrenten. Doen zij iets gelijks en doen jullie het dan straks beter? Lopen jullie nu ontzettend achter of dan ontzettend voor? Achter lopen is niet wenselijk, vooroplopen geeft een voorsprong in de markt. Probeer te achterhalen wat de concurrentie doet en waarom die het doet.

Als laatste geef je aan waarom cliënten, cq. klanten dit belangrijk vinden. Klanten zullen vaak nog niet eens zo’n uitgesproken mening over specifieke oplossingen hebben, maar klanten kunnen het wel heel belangrijk vinden dat jullie met groener, schoner en slimmer rijden bezig zijn. En klanten passen misschien zelf ook al een bepaalde oplossing toe. Dat maakt jouw verhaal een stuk sterker.

 

Vraag ze ook gerust naar hun persoonlijke motivatie: waarom vinden ze dit een belangrijk onderwerp? Laat het ze zelf uitspreken. Je leert dan ook of je vooral op de voorbeelden bij klanten in moet zetten (“het is belangrijk als we de klant goed kunnen bedienen”), de collega’s naar voren moet halen (“we hebben veel moeite met het vinden en behouden van personeel”) of dat de concurrentie een bepalende factor is (“we moeten wel voorop blijven lopen in de markt”). Wees niet bang om het te herhalen of aan te geven: “Jullie hebben dit eerder tegen ons gezegd.”

 

Kan je dan nu de ideeën presenteren? Alleen als je het gevoel hebt dat het draagvlak er is. “Wat is er nodig voor jullie om hier belang aan te hechten?”, is een hele valide vraag als je het idee hebt dat je verhaal linksom of rechtsom niet gaat landen omdat men eigenlijk niet bereid is voor dit onderwerp budget vrij te maken, veranderingen door te voeren of in het algemeen moeite te doen.

 

Externen kunnen ook wel eens een uitkomst bieden. “Vreemde ogen dwingen”, heb je vast wel eens gehoord. Dus neem gerust iemand mee die kennis van zaken heeft. Het kan een klant zijn die al een aantal maatregelen heeft doorgevoerd op het gebied van CO2 reductie in het wagenpark. Het kan ook een expert zijn die voor meer bedrijven oplossingen heeft geïmplementeerd. Of een leverancier van een bepaald product, alhoewel dat wel gevoelig kan liggen.

 

Hoe gaat dit bij jullie in de organisatie? Heb jij wel eens problemen met draagvlak bij de directie?

 

“Transport is prachtig, duurzaam transport is krachtig!”

 

Deel het artikel via de onderstaande buttons!


Recente artikelen (het kunnen ook juist die van in dezelfde categorie zijn)

Wil je weten wat elektrisch rijden je kan opleveren? We hebben de Routekaart nulemmissie voor je!